Hoe past de regioaanpak in de decentralisaties?

10 juni 2013

De Regioaanpak van huiselijk geweld inpassen in de decentralisaties, hoe doe je dat? Het is een vraag die beleidsambtenaren flink bezighoudt. Dat bleek bij het ambtelijk overleg van 4 juni. 

De visie 'Op een veilig thuis'van de G4 geeft aanknopingspunten, zegt programmaleider Wicher Pattje van RegioAanpak Veilig Thuis. 'De opstellers van de G4-visie kregen als randvoorwaarde mee dat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling moest passen in het sociale domein, na de drie decentralisaties.'

Geïntegreerde aanpak
Gemeenten worden, naast de huidige Wmo-taken, straks ook verantwoordelijk voor de begeleidingsfunctie uit de Awbz, de jeugdzorg en de participatie. 'Als ze onverkokerd willen gaan werken, en dat zal wel moeten, willen ze met de beschikbare budgetten kunnen uitkomen,' zegt Wicher, 'dan zullen ze teams moeten maken die een brede waaier aan problematiek kunnen herkennen en in staat zijn om daar een aanbod op maat voor te maken. Elke gemeente doet dit op zijn eigen manier. Huiselijk geweld, en ook kindermishandeling, zijn problemen van gezinnen die je het best kunt aanpakken in wijken zelf. Daar wordt geleefd: daar is de school, de sportvereniging, daar zijn de vriendjes. Daar zijn de mogelijkheden om weer een veilig sociaal netwerk op te bouwen. Daar kan aan herstel worden gewerkt. Die aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling moet dus bij voorkeur worden geïntegreerd in de structuur van het lokale het sociale domein.' Wicher beklemtoont wel dat in de teams die het Wmo-beleid gaan uitvoeren, mensen voorhanden moeten zijn met specifieke deskundigheid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Veiligheid
Over één ding is de G4-visie evenwel volstrekt helder: Het thema veiligheid moet je niet integreren in de Wmo-aanpak. 'Mensen in veiligheid brengen, een veiligheidsplan maken en uitvoeren, moet je door specialisten laten doen, in nauwe samenwerking met politie en justitie.' De opstellers van G4-visie bepleiten dat na een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling een expert, zo nodig met behulp van anderen deskundigen, inschat wat de ernst van de situatie is. Op grond van deze triage moet er een plan komen om slachtoffers in veiligheid te brengen op zowel de korte als de langere termijn.

Nadat de veiligheid zeker is gesteld, kan de hulpverlening verlopen op de Wmo-manier. 'Voor een herstelplan en nazorg heb je een sociale omgeving nodig, die vertrouwd is en waarin je weer kunt leren om gewoon te leven. Vaak moet er worden gewerkt aan het wegwerken van een aantal problemen. Brede teams in de wijken kunnen dat heel goed oppakken. Natuurlijk er moeten in die brede teams dan wel mensen zitten met kennis en ervaring op het gebied van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. En als ze niet in die teams zitten, moeten ze er vanaf het begin af aan 'van buiten af' bij worden betrokken,' zegt Wicher. Hij onderscheidt dus twee bijzondere elementen: het goed organiseren van het veiligheidsaspect en zorgen voor voldoende kennis in de brede teams in de wijken bij de begeleiding van gezinnen waar zich huiselijk geweld of kindermishandeling heeft afgespeeld. 'Dat moet je op de lokale schaal zien op te lossen.'

Geen blauwdruk
Wat moeten beleidsambtenaren en wethouders doen om hun aanpak van huiselijk geweld naadloos in te passen in andere onderdelen van de nieuwe Wmo? 'Vanuit programma RegioAanpak Veilig Thuis kunnen en willen we daar geen blauwdruk voor geven,' zegt Wicher. 'Het zou aanmatigend zijn en voorbijgaan aan lokale verschillen. Maar de uitgangspunten zijn wel algemeen. En natuurlijk zullen we gemeenten helpen om daar lokaal maatwerk voor te maken bij de ondersteuning die we gaan bieden bij het maken van regiovisies.

De visie van de G4 vindt u in de toolkit